Versterker Specificaties                                                                                              <laatst bijgewerkt:  2025-12-28>
In het kort:  
Versterkers komen met allerlei specificaties. Deze kunnen onderverdeeld worden in 3 groepen: (1) Belangrijk, (2) Ontbrekend en (3) Niets Zeggend.
Ik heb het hier alleen over eindversterkers. Dat kunnen ook z.g. monoblocks zijn

Verwante onderwerpen:  
Vervorming   Tegenkoppeling   Versterker klassen 

Uitgangs vermogen (1).
Moet opgegeven worden als continu RMS watts voor een maximaal onvervormd sinus signaal, per uitgangs kanaal.
RMS, Root Mean Square, betekent dat het echte effectieve vermogen opgegeven is.
Het vermogen wordt altijd gemeten aan een zuivere weerstand, meestal 8 Ohm.
Soms wordt het vermogen ook opgegeven voor 4 Ohm. Dat moet dan 2 x zo groot zijn. Zoniet dan is er een onbekende beperking aanwezig, meestal een stroombegrenzing. Het is dan beter om deze versterker niet voor 4 Ohm te gebruiken.

Muziek vermogen (3) is het piek vermogen dat gedurende een korte (onbekende) tijd geleverd kan worden .
Die korte tijd is vóórdat de voedingsspanning ingestort is door het te krappe en ongestabiliseerde voedings circuit.
Het piekvermogen is het vermogen in de piek van een signaal. Voor een sinus signaal is dat 2 x het echte, RMS vermogen.
En dit piekvermogen van alle kanalen wordt opgeteld om maar aan een zo groot mogelijk getal te komen vóórdat men echt gaat liegen.
Bij een versterker waar "Muziekvermogen" opgegeven wordt moet je ook aan de andere specs twijfelen.

Frequentie bereik (1)
Het absolute minimum is 20 Hz tot 20 kHz. Het gebied van voor mesen hoorbaar geluid.
Een lagere laagste frequentie is wenselijk om de impulsresponsie niet te verzieken. Vaak gaan versterkers al flink beneden 20 Hz terwijl het niet in de spec staat.
Aan de hoogfrequente kant mogen er ook wel een paar oktaven bij om daar de impuls responsie niet te degraderen. Maar ook daar gaan versterkers best vaak verder dan wat er gespecifiëerd is.
Specs tot in het MHz gebied is nogal onzin.

Vervormings percentage (1)
Wordt vrijwel uitluitend opgegeven voor het maximum vermogen dat nog net geleverd kan worden, bij een sinus signaal van 1 kHz.
(2) Verzwegen wordt dat de vervorming bij zeer lage frequenties wel eens flink hoger kan zijn wegens toenemende rimpel op de voedingsspanning.
(2) Verzwegen wordt dat de vervorming bij zeer hoge frequenties wel eens flink hoger kan zijn wegens de afnemende open-lus versterking, waardoor de tegenkoppeling minder werkzaam is.
(2) Verzwegen wordt dat de vervorming bij een zeer klein vermogen wel eens flink hoger kan zijn door de overneemvervorming van een klasse ABx eindtrap.

Dempingsfactor (3)
De verhouding tussen de belastingsweerstand waar de versterker voor is bedoeld (meestal 8 Ohm) en de feitelijke uitgangsimpenatie van de versterker.
Dit suggereert dat een groot getal een betere luidsprekerdemping oplevert, en dat klopt, tot ca. 10. Iedere hogere waarde levert geen betere demping meer op.
Zie het hoofdstuk over Luidspreker demping waar ook verteld wordt dat het wisselfilter de demping meestal flink verziekt.

Uitgangs impedantie (1)
Een spec van < 0.1 Ohm is OK, kleiner heeft geen verdere voordelen meer. Zie dempingsfactor hierboven.
(2) verzwegen wordt dat de uitgangsimpedantie bij de hoogste frequenties meestal hoger wordt. Dat hangt samen met de afnemende open-lus versterking, waardoor de tegenkoppeling minder werkzaam is.

Slew rate (1, 2)
Slew rate is de maximum snelheid waarmee het uitgangs signaal kan stijgen of dalen. Het wordt opgegeven in Volt / usec. Als het muzieksignaal componenten bevat die sneller stijgen of dalen kan de versterker het niet meer volgen en treedt er vervorming op.
De vereiste minimum waarde is afhankelijk van het gespecifiëerde uitgangs vermogen, hoe groter het vermogen, hoe groter de slew rate moet zijn.
Een voorbeeldje voor een begrip van de orde van grootte: Beschouw een uitgangs signaal van 20 kHz met een uitsturing van 30 Volt piek. Dat is ca. 60 Watt in een 8 Ohm luidspreker, dus extreem luid en mogelijk destructief voor de tweeter. Dat signaal stijgt en daalt het snelst rond de nuldoorgang en dat gaat met 2 * pi * 20000 * 30 = 3.77 V / usec. De versterker moet dat kunnen volgen. Maar een dergelijke uitsturing is onwaarschijnlijk. Het kan dus best wel wat minder.
Een slewrate die veel groter is dan het minimum vereiste levert geen verdere verbetering van het geluid op.

Brom en ruis (1, 2, maar vrijwel altijd goed)
Ik maak een schatting voor een stille luisterkamer met 40 dBa achtergrond geluid en een luidspreker met een vrij hoog rendement van 90 dB bij 1 watt input.
40 dBa vertaalt zich dan naar -50 dB-watt versterker vermogen, dat is 0.0001 watt, 0.1 mW, of een uitsturing van zo'n 10 mV. Vrijwel iedere vertserker produceert beduidend  minder brom en ruis. Bij twijfel: CD op pauze, volumeknop open en oor aan de luidspreker.

Dan zijn er nog allerlei specs over het aantal ingangen, en de gevoeligheid daarvan, de kleur van de kast en zo, dingen die niet echt met de geluidskwaliteit te maken hebben.